Sunday, March 22, 2009

de problematiek van het naamwoordelijk gezegde.

ik geloof dat zowel de in het modernisme beginnende proliferatie van stromingen als de schizofrenie die onze huidige identiteitsconstructie kenmerkt zijn oorzaak heeft in een van oorsprong linguïstisch probleem. hoewel ik niet op de hoogte ben van de geschiedenis van het specifieke gebruik van het naamwoordelijk gezegde dat het onderwerp van een propositie gelijkstelt aan een aspect van de identiteit van dat onderwerp (bijv: "ik ben een derridiaan"), lijkt deze constructie me de boosdoener te zijn - of in elk geval symptomatisch voor de culturele constellatie die deze gelijkstelling (die ook op het niveau van de signified functioneert) mogelijk maakt.

een identiteit is opgebouwd uit oneindig veel facetten, en de metonymische constructie die een identiteit gelijkstelt met een (vaak ideologisch) aspect van die identiteit is problematisch. "zwei seelen wohnen, ach! in meiner brust", schreef goethe. nu, het zijn er geen twee - het zijn er twee miljoen. de "ik ben"-constructie is in dit opzicht een grove simplificatie van een gecompliceerde realiteit.

(dit probleem heeft een bijzondere relevantie voor de seksuele Ander. mensen met een seksualiteit die als afwijkend wordt gezien schijnen er vaak moeite mee te hebben hun identiteit niet te laten overwoekeren door hun seksuele voorkeur. de propositie "ik ben homo" roept al gauw een spectrum aan associaties op die nader beschouwd niets met seksuele voorkeur te maken hebben.)

in filosofisch discours is dit probleem gerelateerd aan een ander fenomeen. in het ideale geval kent filosofisch discours geen subjectposities (net zoals bijvoorbeeld het geval is bij wiskundig discours). dit fundamenteel democratische aspect van filosofie is afhankelijk van de rationalistische methodologie, die in principe beschikbaar zou moeten zijn voor iedereen (dit is disputabel).

het naamwoordelijk gezegde is uiterst effectief in het creëren van subjectposities die door associatie een zekere autoriteit kunnen verwerven. (overigens lenen ook andere grammaticale constructies en discursieve strategieën zich hiervoor: "de autoriteit van de voetnoot.") hoewel ik politiek niet in democratie geloof, geloof ik wel in het nut van een filosofische discursiviteit zonder subjectposities. de fetisjistische projectie van de identiteit van het sujet parlant lijkt me in dit opzicht schadelijk voor de democratie van de filosofie. er is geen reden de identiteit van de auteur al te zeer op de voorgrond te laten treden; als hij niet dood is, is hij irrelevant.

1 Comments:

Anonymous MrKoek said...

Godverdomme Dennie, leer toch eens toegankelijk schrijven. De paar intellectuelen die hier mee uit de voeten kunnen zijn op een hand te tellen.
Maar goed om even in te haken voor zover ik er iets van begrepen heb: Met de uitspraak 'Ik ben' plaats je je automatisch in een hokje. Wat veel mensen vergeten is dat je meerdere dingen tegelijk kan zijn. Zo ben ik een: Limburger,jongen,zoon,kraker,student,liberaal,woonbegeleider journalist, NRC lezer en nog een hele boel andere dingen. Probleem is dat veel mensen zich niet realiseren dat je meerdere dingen tegelijk bent. Mensen moeten weg uit hun dogmatische denkpatroon.

May 2, 2009 7:26 AM  

Post a Comment

<< Home